Kinderliedje · 3–9 jaar
Er zaten zeven kikkertjes
Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De sloot die was bevroren,
de kikkertjes half dood.
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
van honger en verdriet.
Er zaten zeven kikkertjes
al in een boerensloot.
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads:
Die malle nachtegalen,
wat hebben zij een praats.
Was eerst het ijs maar in de dooi,
wij zongen net zo mooi!
De jongste, die een wijsneus was,
zei tot zijn kameraads.
De milde lieve lente kwam,
zij kwaakten d’oude wijs.
Als zij dat zingen noemen,
wens ik ze weer in ’t ijs!
Ik geef die kikkers allemaal
voor ene nachtegaal.
De milde lieve lente kwam,
zij kwaakten d’oude wijs.
Bewegen bij dit lied
- Zing elke strofe eerst voor en daarna samen.
- Klap een rustig, gelijkmatig ritme mee.
Over deze variant
- De volledige, concrete bronvariant is gevolgd; andere mondelinge coupletten zijn niet zonder bewijs toegevoegd.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Deze tekst is als volledige historische of traditionele bronvariant gecontroleerd. Er is geen moderne opname, vertaling of arrangement overgenomen.
- Tekst
- Jan Pieter Heije (1809–1876)
- Melodie
- T. Steenhuis, historische melodie uit 1867
- Status
- Geverifieerd publiek domein
- Wikisource: volledige publiek-domeintekst van Er zaten zeven kikkertjes
- Nederlandse Liederenbank: tekst- en melodievarianten op beginregel
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Ook leuk