Tekstenbibliotheek
Alle liedjes
Bekijk 200 kinderliedjes met bronvermelding en informatie over de gebruikte tekstvariant.
Voor een opkomst of kamp? Bekijk Scouting & kampvuur →
'k Zie mijn zusje zwak en week
'k Zie mijn zusje zwak en week,
's Avonds in de mane
Jongens, meisjes, komt naar 't spel,
't Hazelbosch
Door de sneeuw steekt spichtig 't hazelbosch;
't Is de eerste schoone dag van Maart
't Is de eerste schoone dag van Maart,
't Regent zeer
't Regent zeer -
't Schaapje in het groene gras
't Schaapje in het groene gras;
A, b, c, d
A, b, c, d.
A, B, C, de kat gaat mee
A, B, C;
Alle eendjes zwemmen in het water
Alle eendjes zwemmen in het water
Alle vogels zijn er al
Alle vogels zijn er al;
Als een haasje vlug op gang
Als een haasje vlug op gang,
Altijd is Kortjakje ziek
Altijd is Kortjakje ziek
Amsterdam, die grote stad
Amsterdam, die grote stad,
Baar op baar
Vreedzaam glijdt de maan door wolken,
Ben je boos
Ben je boos?
Berend Botje
Berend Botje ging uit varen
Bim, bam, beieren
Bim, bam, beieren -
Boer, wat zeg je van mijn kippen
Boer, wat zeg je van mijn kippen
Daar buiten, daar buiten
Daar buiten, daar buiten,
Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik zwak bruggetje
Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik zwak bruggetje.
Daar hangt een spinnekop aan 't net
Daar hangt een spinnekop aan 't net,
Daar klinken de klokken des avonds zoo zacht
Daar klinken de klokken des avonds zoo zacht;
Daar kruipt een vogeltje
Daar kruipt een vogeltje
Daar spring ik, daar zing ik
Daar spring ik, daar zing ik:
Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs
Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs;
Daar was ereis een vrouw
Daar was ereis een vrouw,
Daar was laatst een meisje loos
Daar was laatst een meisje loos
Daar zijn ze reeds de spelemans
Daar zijn ze reeds de spelemans,
Daar zit het vroolijk zoet Mieken
Daar zit het vroolijk zoet Mieken
Danderomdeine kwam van Brugge
Danderomdeine kwam van Brugge
De boterham
Zoet smaakt de boterham,
De Druivelaar
Ziet, op den druivelaar
De kop van de kat was jarig
De kop van de kat was jarig
De Korenaren wiegen
De korenaren wiegen
De paden op, de lanen in
De paden op, de lanen in,
De Touter
Doet nu zwieren den touter, den touter,
De vledermuis
Vledermuis
De vlieger
Heiza! op 't stoppelveld
De Zee
Ik sta nu voor de zee, met hare felle baren;
De zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
De zomervreugd is henen
De zomervreugd is henen,
Dertig dagen heeft November
Dertig dagen heeft November,
Dit is de sleutel van de Muiderpoort
Dit is de sleutel van de Muiderpoort;
Drie kleine kleutertjes
Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek,
Droomen-Leeren
Wat ik zoo geerne doe
Drop, drop, drop
Drop, drop, drop,
Duimelot is in 't water gevallen
Duimelot is in 't water gevallen;
Een scheepje dreef
Een scheepje dreef in eene kuip,
Eén, twee, kopje thee
Een, twee,
En 's avonds als ik slapen ga
En 's avonds als ik slapen ga,
En toch zal 't lente worden
Wat zingt het hupplend koningsken
En toen
En toen de moeder tot hem sprak:
En toen hij naar de schole ging
En toen hij naar de schole ging,
Er waren eens drie eendjes in een pontje
Er waren eens drie eendjes in een pontje;
Er was een kleine jongen
Er was een kleine jongen,
Er zat een aapje op een stokje
Er zat een aapje op een stokje
Er zaten zeven kikkertjes
Er zaten zeven kikkertjes
Gaat de droeve winter henen
Gaat de droeve winter henen,
Ging Gang Goolie
Ging gang, goolie goolie goolie goolie watcha,
Gister avond in ons huis
Gister avond in ons huis
Groen, groen grasje
Groen, groen grasje,
Grootvader bij Grootmoeder
Als de Grootvader bij Grootmoeder zit,
Handje plak
Handje plak,
Hansje knipperdolletje
Hansje knipperdolletje
Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen,
Herder, laat je schaapjes gaan
Herder, laat je schaapjes gaan.
Het Broerken
Toen er een tweede broerken kwam,
Het Huis
Ziet, kindren, ziet dit somber huis,
Het konijntje
Konijntje lief, konijntje lief,
Het Lied
Nu is 't aan gang, door gansch het land
Het wevertje zat naast zijn vrouw
Het wevertje zat naast zijn vrouw;
Het Windje
Blaas, blaas, blaas,
Hier is de sleutel van den Bibelebontschen berg
Hier is de sleutel van den Bibelebontschen berg. -
hij
hij
Hoe is het mooglijk dan
Hoe is het mooglijk dan
Hoe lang, hoe lange toch geleên
Hoe lang, hoe lange toch geleên
Hoe zoet
Hoe zoet te luisteren naar mijn hert
Hoed u wel, schoon bloemelijn
Daar gaat een maaier naar de wei,
Hoedje van papier
Een, twee, drie, vier, een hoedje van papier
Hop, hop, hop, paardje in galop
Hop, hop, hop,
Hop, Marjanneke
Hop, Marjanneke, stroop in ’t kannetje
Hu, hu, paardje
Hu, hu, paardje,
Ik ging door groene weiden
Ik ging door groene weiden,
Ik had een kleinen hond
Ik had een kleinen hond
Ik heb een potje gekocht
Ik heb een potje gekocht.
Ik heb gereisd
Ja, luistert, jongens, 'k heb gereisd
Ik wandel alleen in 't zonnig woud
Ik wandel alleen in 't zonnig woud
Ik zag twee beren
Ik zag twee beren
In de vijver, plomp
In de vijver, plomp! wat springt die vis!
In Den Haag, daar woont een graaf
In Den Haag, daar woont een graaf
In een groen, groen knollenland
In een groen, groen knollenland
In Holland staat een huis
In Holland staat een huis, ja huis
Jan Huigen in de ton
Jan Huigen in de ton
Jan-oom zat op een boom
Jan-oom
Jan, mijn man, wou ruiter worden
Jan, mijn man, wou ruiter worden,
Jantje zag eens pruimen hangen
Jantje zag eens pruimen hangen,
Joechheisa, joechei
Joechheisa, joechei!
Ju, ju, paardje
Ju, ju, paardje
Kaatje, ben je boven
Kaatje, ben je boven? -
Kent gij
Kent gij der musschen mollig nest,
Kindje, ga naar bedje
Kindje, ga naar bedje
Klaas Vaak die komt
Klaas Vaak die komt,
Klaas was lest naar 't bosch gegaan
Klaas was lest naar 't bosch gegaan
Klap eens in je handjes
Klap eens in je handjes, blij, blij, blij
Klein, klein kleutertje
Klein, klein kleutertje, wat doe jij in mijn hof
Klein, klein, muisje
Klein, klein, muisje!
Klompertje en zijn wijfje
Klompertje en zijn wijfje
Klop, klop, hamertje
Klop, klop, hamertje!
Kluwentje, kluwentje garen
Kluwentje, kluwentje garen,
Koen, maak je mijn schoen
‘Koen, maak je mijn schoen?’ -
Koene kranen
Koene kranen,
Kom aan, naar 't groene loover
Kom aan, naar 't groene loover,
Kom, laten we nu eens zingen
Kom, laten we nu eens zingen
Kom, lieve lente
Kom, lieve lente,
Komt nu allen
Komt nu allen,
Krullebolletje ging eens wandelen
Krullebolletje ging eens wandelen
Laat ons gaan
Laat ons gaan, laat ons gaan,
Lang zal hij leven
Lang zal hij leven,
Langs de doornenhaag
Langs de doornenhaag met witte bloemen.
Langzaam daalt de zwaluw neder
Langzaam daalt de zwaluw neder,
Leeren
Ha! ha! ha en ha! wanneer de school begint,
Lustig, vrienden, opgelet
Lustig, vrienden, opgelet!
Maart roert zijn staart
Maart
Madeliefje
Uit het gras steekt madeliefje
Mei
Is de mei aangekomen,
Mieken
Kent ge niet het wakker Mieken,
Mietje ging eens water halen
Mietje ging eens water halen,
Mijn vader zou laatst eens een kistje beslaan
Mijn vader zou laatst eens een kistje beslaan;
Moederliefken
Hoor, hoe trillend in de stalling
Molenaartje, maalt je molen
Molenaartje, maalt je molen?
Naar bed, naar bed, zei Duimelot
Naar bed, naar bed, zei Duimelot
O oven, o oven
O oven, o oven!
O, kom eens kijken
O, kom eens kijken,
Och, Jantje, wil niet huilen
Och, Jantje, wil niet huilen:
Ons katje was een lieflijk beest
Ons katje was een lieflijk beest,
Ooievaar, Lepelaar
Ooievaar,
Op de groene weiden
Op de groene weiden,
Op de grote, stille heide
Op de grote, stille heide,
Paardje, paardje, rij naar stee
Paardje, paardje, rij naar stee;
Palm-palm-Paschen
Palm-palm-Paschen,
Papegaaitje, leef je nog?
Papegaaitje, leef je nog?
Poes
Poes, gij hebt het spek gestolen,
Poesje mauw
Poesje mauw, poesje mauw
Regendropje
Regendropje, regendropje,
Rijen, rijen, rijen in een wagentje
Rijen, rijen, rijen
Roodborstje tikt tegen het raam
Roodborstje tikt tegen 't raam, tin, tin, tin,
Roosje zoete
Heet steekt de zon, fel waait de wind,
Schipper, mag ik overvaren?
Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Schoenlappertje zou uit lappen gaan
Schoenlappertje zou uit lappen gaan
Schuitje varen over de zee
Schuitje varen over de zee!
Schuitje varen, theetje drinken
Schuitje varen, theetje drinken
Sint-Niklaasje bonne, bonne, bonne
Sint-Niklaasje bonne, bonne, bonne,
Sinterklaas kapoentje
Sinterklaas kapoentje
Sinterklaas, die goeie heer
Sinterklaas, die goeie heer,
Sinterklaas, goed heilig man
Sinterklaas, goed heilig man
Slaap kindje slaap
Slaap, kindje, slaap
Slaap, goede moeder, moê door 't werk
Slaap, goede moeder, moê door 't werk.
Suja, poppedeine
Suja, poppedeine,
Suja, suja, kindje
Suja, suja, kindje!
Tante Nans
Tante Nans
Tiere liere let let let
Tiere liere let let let,
Tik, tak, tol
Tik, tak, tol;
Tikke takke toonen
Tikke takke toonen;
Toen ik een viertal jaren
Toen ik een viertal jaren
Toen onze Mop een mopje was
Toen onze Mop een mopje was
Toen Oogstmaand pas verschenen was
Toen Oogstmaand pas verschenen was
Torentje, torentje, bussekruit
Torentje, torentje, bussekruit!
Tussen Keulen en Parijs
Tussen Keulen en Parijs
Twee emmertjes water halen
Twee emmertjes water halen
Twee kindertjes bij mekaar
Twee kindertjes bij mekaar:
Twee violen en een trommel en een fluit
Twee violen en een
Vader Jacob
Vader Jacob, Vader Jacob,
van den Koekoek
De koekoek is een slimme gast
Van den Molen
Molen, wilt ge dan niet draaien,
Van den Uil
Een uil, die op 'nen ezel zat,
Van een Ezelken
Een ezel jong van jaren,
Van het Beekje
Daar suizelt het beekje
Van waar komt gij gedreven
- Van waar komt gij gedreven,
Vroolijk en rein
Ben ik maar klein,
Waar ben je toch geweest
Waar ben je toch geweest?
Waarom niet lustig van gemoed
Waarom niet lustig van gemoed?
Wandelen
Het wandelen is naar onzen zin,
Wat doet het hondje
Wat doet het hondje?
Wat hebben wij ganzen voor kleding aan
Wat hebben wij ganzen voor kleding aan?
Wat ligt er in dat tonnetje
Wat ligt er in dat tonnetje?
Wel op! wel op! sa gauw uit het bed
Wel op! wel op! sa gauw uit het bed,
Welk plezier
Alle jongens zijn reeds hier,
Wij vogels hebben 't waarlijk goed
Wij vogels hebben 't waarlijk goed;
Winter
Weest nu stil, - hij is gekomen,
Wip, wip, wip, visje
Wip, wip, wip, wip, wip, wip, visje,
Witte zwanen, zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen,
Zagen, zagen, wiedewiedewagen
Zagen, zagen, wiedewiedewagen
Zakdoekje leggen
Zakdoekje leggen
Zie, de maan schijnt door de bomen
Zie, de maan schijnt door de bomen,
Zie, ginds komt de stoomboot
Zie, ginds komt de stoomboot
Zingen
Zingen, o vriendekens, reinigt 't gemoed:
Zitten
Wanneer gij ergens zitten gaat,
Zonne, Vaarwel
Zonne, vaarwel!
Zwemmen
Vrienden, zegt me, kunt ge zwemmen?
Zwijg nu stille, kindje, stille
Zwijg nu stille, kindje, stille,