Kinderliedje · 4–10 jaar
Nachtegaal

Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.
Hoort, kindren! wat een klaar geluid
Dringt ginder door de bladren heen!
De vogels zijn allang in slaap,
En zóó, zoo zingt er zeker geen.
Wie of zóó heerlijk zingen kan?
't Is waar, mijn hartje klopt er van!
Stil! - Dat is vast de nachtegaal,
Daar Moeder lest zooveel van zeî;
'k Wist niet, dat dàt te hooren was
Wanneer men ons te slapen leî,
'k Had anders Moeder lang verzocht,
Of ik wat laat naar bed toe mogt?
Och! zoo ik ooit weêr ziek mogt zijn,
'k Woû, dat het voorjaar dan begon;
Dan hoorde ik vast den nachtegaal
Wanneer ik 's nachts niet slapen kon! -
Zeg, Moeder! zingt dat lieve beest
Wel niet voor zieke kindren meest?
Bewegen bij dit lied
- Zing rustig en maak de laatste regels steeds zachter.
- Wieg langzaam met het bovenlichaam mee.
Gecontroleerd op 1-9-2026
Bron en rechten
Dit lied staat in Al de kinderliederen van Jan Pieter Heije uit 1861.
- Tekst
- Jan Pieter Heije (1809–1876)
- Melodie
- Geen melodie opgenomen in deze teksteditie
- Status
- Publiek domein
- Tekst: Heije, Al de kinderliederen (1861), Nachtegaal
- Editieverantwoording en auteursrechtstatus bij DBNL
- Historische varianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Volg via Google
Vind onze teksten makkelijker terug
Gebruik je deze site vaker? Je kunt Kinderliedjes Teksten in Google instellen als voorkeursbron. Google kan onze pagina’s dan voor jou duidelijker uitlichten in zoekresultaten en AI-overzichten.
Stel in als voorkeursbron

