Thema
Bewegen
Zingen met klappen, lopen, varen en gebaren.
's Avonds in de mane
Jongens, meisjes, komt naar 't spel,
't Regent zeer
't Regent zeer -
Alle eendjes zwemmen in het water
Alle eendjes zwemmen in het water
Altijd is Kortjakje ziek
Altijd is Kortjakje ziek
Berend Botje
Berend Botje ging uit varen
Boer, wat zeg je van mijn kippen
Boer, wat zeg je van mijn kippen
Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik zwak bruggetje
Daar gingen eens drie oude wijfjes over een zwik zwak bruggetje.
Daar spring ik, daar zing ik
Daar spring ik, daar zing ik:
Daar was ereis een vrouw
Daar was ereis een vrouw,
Daar was laatst een meisje loos
Daar was laatst een meisje loos
Daar zijn ze reeds de spelemans
Daar zijn ze reeds de spelemans,
Danderomdeine kwam van Brugge
Danderomdeine kwam van Brugge
De paden op, de lanen in
De paden op, de lanen in,
De Touter
Doet nu zwieren den touter, den touter,
De vlieger
Heiza! op 't stoppelveld
De zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Dit is de sleutel van de Muiderpoort
Dit is de sleutel van de Muiderpoort;
Droomen-Leeren
Wat ik zoo geerne doe
Drop, drop, drop
Drop, drop, drop,
Er was een kleine jongen
Er was een kleine jongen,
Gaat de droeve winter henen
Gaat de droeve winter henen,
Ging Gang Goolie
Ging gang, goolie goolie goolie goolie watcha,
Grootvader bij Grootmoeder
Als de Grootvader bij Grootmoeder zit,
Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen,
Het konijntje
Konijntje lief, konijntje lief,
Het Lied
Nu is 't aan gang, door gansch het land
Hoedje van papier
Een, twee, drie, vier, een hoedje van papier
Hop, hop, hop, paardje in galop
Hop, hop, hop,
Hop, Marjanneke
Hop, Marjanneke, stroop in ’t kannetje
Hu, hu, paardje
Hu, hu, paardje,
In de vijver, plomp
In de vijver, plomp! wat springt die vis!
In Den Haag, daar woont een graaf
In Den Haag, daar woont een graaf
In een groen, groen knollenland
In een groen, groen knollenland
In Holland staat een huis
In Holland staat een huis, ja huis
Jan Huigen in de ton
Jan Huigen in de ton
Jan, mijn man, wou ruiter worden
Jan, mijn man, wou ruiter worden,
Joechheisa, joechei
Joechheisa, joechei!
Ju, ju, paardje
Ju, ju, paardje
Klap eens in je handjes
Klap eens in je handjes, blij, blij, blij
Klein, klein kleutertje
Klein, klein kleutertje, wat doe jij in mijn hof
Komt nu allen
Komt nu allen,
Laat ons gaan
Laat ons gaan, laat ons gaan,
Mietje ging eens water halen
Mietje ging eens water halen,
Naar bed, naar bed, zei Duimelot
Naar bed, naar bed, zei Duimelot
Paardje, paardje, rij naar stee
Paardje, paardje, rij naar stee;
Regendropje
Regendropje, regendropje,
Rijen, rijen, rijen in een wagentje
Rijen, rijen, rijen
Schipper, mag ik overvaren?
Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Schuitje varen over de zee
Schuitje varen over de zee!
Schuitje varen, theetje drinken
Schuitje varen, theetje drinken
Sinterklaas, die goeie heer
Sinterklaas, die goeie heer,
Tik, tak, tol
Tik, tak, tol;
Tikke takke toonen
Tikke takke toonen;
Tussen Keulen en Parijs
Tussen Keulen en Parijs
Twee emmertjes water halen
Twee emmertjes water halen
Van den Molen
Molen, wilt ge dan niet draaien,
Wandelen
Het wandelen is naar onzen zin,
Welk plezier
Alle jongens zijn reeds hier,
Wip, wip, wip, visje
Wip, wip, wip, wip, wip, wip, visje,
Witte zwanen, zwarte zwanen
Witte zwanen, zwarte zwanen,
Zagen, zagen, wiedewiedewagen
Zagen, zagen, wiedewiedewagen
Zakdoekje leggen
Zakdoekje leggen
Zitten
Wanneer gij ergens zitten gaat,
Zwemmen
Vrienden, zegt me, kunt ge zwemmen?