Kinderliedje · 4–10 jaar
Ons katje was een lieflijk beest

Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.
Ons katje was een lieflijk beest,
Met 't haar zoo fijn en zacht als dons;
Ach, hadde 't poesken wijs geweest,
Dan ware 't zeker nog bij ons.
Omtrent ons huisje lag een bosch,
Geschuwd door alle stille liên;
Daar lag, te luistren als een vos,
Ons katjen uren naar te zien.
Des zomers in het zoet seizoen
Dan liep het weg, met dwazen zin,
Naar 't sparrenbosch, in 't donkergroen;
Daar sprongen wilde katers in.
Bij morgendauw, bij avondgrauw,
Riep ik bekommerd onze kat...
Ik hoorde niets dan woest miauw,
Weg was de kat, weg bleef de kat.
Fin toen de koude winter kwam,
Het groen der sparren dook in sneeuw,
Dan kroop ons katje, lam en stram,
Voor onze deur met bang geschreeuw.
Ik wou ze nemen. Vader zei:
‘Ze heeft naar geen vermaan gehoord,
Voort, voort met de ongelikte prei!
Mijn woord is, jongen, soort bij soort.’
Bewegen bij dit lied
- Beeld het dier uit zonder de zang te overstemmen.
- Laat kinderen om de beurt een regel voorzingen.
Gecontroleerd op 6-8-2026
Bron en rechten
Emanuel Hiel nam dit lied op in zijn bundel Liederen voor groote en kleine kinderen (1879).
- Tekst
- Emanuel Hiel (1834–1899)
- Melodie
- Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
- Status
- Publiek domein
- Tekst: Hiel, Liederen voor groote en kleine kinderen (1879), lied 40
- Tekst- en melodievarianten zoeken in de Nederlandse Liederenbank
Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.
Volg via Google
Vind onze teksten makkelijker terug
Gebruik je deze site vaker? Je kunt Kinderliedjes Teksten in Google instellen als voorkeursbron. Google kan onze pagina’s dan voor jou duidelijker uitlichten in zoekresultaten en AI-overzichten.
Stel in als voorkeursbron

