Kinderliedje · 4–10 jaar

Toen ik een viertal jaren

Zeefdruk van een meikever in bovenaanzicht, zes pootjes en twee antennes, roodbruine dekschilden.

Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

Toen ik een viertal jaren
In de aard gestoken had,
Met mijne scherpe scharen
Boorde ik in de aard een gat.
De duisternis vergeten,
Te vliegen naar het licht,
Mij zat aan loover vreten,
Dat scheen mijn zoetsten plicht.

'k Had menig kruid verslonden,
Toen ik reeds onder de aard,
Met bruine huid ontwonden,
Als popje lag bewaard.
En toen de zon mij wekte,
Der lente juichgeluid,
Verrees ik, en ik strekte
De vleuglen snorrend uit.

Door groene wilgen wippen,
En nachten, dagen lang
De tengre spruitjes knippen
Dat was mij van belang!
Maar ach, ik werd gevangen;
Mijn staart werd doorgeboord;
Ik moest aan 't draadje hangen
En voort, ja altijd voort.

Waaraan kan ik mij klampen,
Ik sta droefknikkend stom...
'k Voel op de pootjes stampen,
Ik vlieg, ik knor en brom!
Ach, 'k valle stervend neder,
Vaarwel, gij aardsche lust...
Steek mij in de aarde weder,
Daar vind ik vrede en rust.

Bewegen bij dit lied

  • Zing elke strofe eerst voor en daarna samen.
  • Klap een rustig, gelijkmatig ritme mee.

Gecontroleerd op 6-8-2026

Bron en rechten

Emanuel Hiel nam dit lied op in zijn bundel Liederen voor groote en kleine kinderen (1879).

Tekst
Emanuel Hiel (1834–1899)
Melodie
Geen vaste melodie in deze teksteditie; historische zangwijzen staan in het bronregister
Status
Publiek domein

Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.

Volg via Google

Vind onze teksten makkelijker terug

Gebruik je deze site vaker? Je kunt Kinderliedjes Teksten in Google instellen als voorkeursbron. Google kan onze pagina’s dan voor jou duidelijker uitlichten in zoekresultaten en AI-overzichten.

Stel in als voorkeursbron