Kinderliedje · 4–10 jaar

Voorjaarsdag

Zeefdruk van een klein springend lammetje met vier duidelijk zichtbare poten.

Verbergt het menu, de afbeelding en extra informatie.

De boomen ontluiken, de bloesem komt uit,
De vogeltjes zingen met lieflijk geluid,
De schaapjes die springen door 't groenende gras,
Ik spring met ze meê, of ik zelf er een was.

En weet ge, wáárom ik zoo spring en zoo zing?
Die Winter dat vond ik zoo'n akelig ding;
Toen had ik het koud in mijn' duffelsên jas,
En denk 'reis, hoe koud dan een beedlaar wel was!

Maar nu is het lekker en zacht op het land;
Weg, mantel en das! in de kas aan den wand;
Komt, jongens! naar buiten, en houdt je maar kras,
Wij schelden hem luilak, die 't laatste daar was.

Bewegen bij dit lied

  • Klap de maat en voer de genoemde beweging rustig uit.
  • Maak voldoende ruimte voordat iedereen meedoet.

Gecontroleerd op 1-9-2026

Bron en rechten

Dit lied staat in Al de kinderliederen van Jan Pieter Heije uit 1861.

Tekst
Jan Pieter Heije (1809–1876)
Melodie
Geen melodie opgenomen in deze teksteditie
Status
Publiek domein

Zie je een fout? Mail correcties@kinderliedjesteksten.nl.

Volg via Google

Vind onze teksten makkelijker terug

Gebruik je deze site vaker? Je kunt Kinderliedjes Teksten in Google instellen als voorkeursbron. Google kan onze pagina’s dan voor jou duidelijker uitlichten in zoekresultaten en AI-overzichten.

Stel in als voorkeursbron